dinsdag 12 mei 2015

Verspilling in het schap



We gooien met ons allen te veel eten weg. De afgelopen jaren hebben verschillende organisaties ons dit duidelijk gemaakt. Terugkijkend heb ik bijzonder weinig concrete oplossingen voorbij zien komen. Ik denk dat het tijd wordt om te gaan dóen, in plaats van enkel praten.

Het wezenlijk terugdringen van voedselverspilling doe je niet door initiatieven te organiseren als debatten, ‘no-waste diners’ en treffende reclamecampagnes. Met alleen ‘bewustwording creëren’ komen we er niet. Echt resultaat bereik je met het inzetten van bijvoorbeeld technologische innovaties die voorkómen dat voedsel in de vuilnisbak terecht komt.

Groente en fruit wordt vaak weggegooid, zowel in de supermarkt als bij de consument thuis. Het is niet meer vers, het heeft ‘een plekje’,  dus gooien we het weg. Toch zijn, dankzij innovatieve verpakkingen, groente en fruit al veel langer vers te houden. De langere houdbaarheid die de verpakking oplevert, zorgt direct voor minder derving. Ergo; we gooien minder product weg. Soms is het zo simpel.

Maar soms ook niet. Albert Heijn heeft recentelijk aangegeven het verpakkingsmateriaal in de AGF-schappen terug te gaan dringen. Dit klinkt ontzettend positief natuurlijk, en vanuit een bepaalde invalshoek zal dit ook zo zijn. Maar als je weet dat een verpakking ook de functie van houdbaarheidsverlenging heeft, zal de maatregel ongetwijfeld een neveneffect hebben. Er zal weer meer groente en fruit worden weggegooid, zowel in de winkel als thuis.


Ik vraag me af of Nederlandse supers en hun leveranciers niet beter de handen ineen kunnen slaan: om gezamenlijk derving in het schap zoveel mogelijk tegen te gaan bijvoorbeeld door te streven naar langere versheid. Ook al spreekt dit misschien minder tot de verbeelding dan in de media te verkondigen dat je het verpakkingsmateriaal gaat terugdringen.

Dit artikel verscheen eerder als column in het vakblad voedingsindustrie.

donderdag 19 februari 2015

Klein is fijn: Leren van de marketeers




Het trucje is zowel in de foodservice als in de voedingsindustrie wel bekend: Maak de verpakking groter en de consumptie zal toenemen. We kennen het vooral van fastfoodketens als McDonalds, en ook voedselproducenten en supermarkten gebruiken deze tactiek, al doen zij het wel iets minder opvallend. Maar ook hier worden voedselverpakkingen steeds groter. 

Als grotere verpakkingen zorgen dat we meer gaan eten, betekent dit dan ook dat kleinere verpakkingen je kunnen helpen afvallen? Volgens Maartje Poelman, onderzoekster aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zijn kleinere verpakkingen een kans om obesitas te bestrijden.

Het klinkt simpel. Te simpel. Maar soms zijn oplossingen zo simpel. Want het klinkt toch aannemelijk dat wanneer je een grote zak chips opent, je eerder geneigd bent om meer te eten dan een tweede kleine zak te openen nadat je de eerste verorberd hebt. Laten we hier nog even over verder filosoferen.

Het is toch wel slim van die producenten om jou er meer van te laten eten door de verpakking te vergroten. In plaats van het te verketteren kunnen we het trucje misschien inzetten voor iets goeds. Zou het bijvoorbeeld ook werken voor dingen die we eigenlijk te weinig eten, zoals groente of fruit? Zou een gezin uit een kilo verpakking verse spinazie méér spinazie eten dan uit 5 zakken van 200 gram?

En hoe zou dat zitten bij die kleine zakjes snackworteltjes bij de kiosk en de pomp? Wat gebeurt er als die ietsje groter worden? Bij fruit zou het dan natuurlijk anders werken, want we rekenen fruit doorgaans in stuks en niet in porties. Maar als we nu eens grotere appels gaan verkopen, zou dit er dan voor zorgen dat we de facto meer appel eten? Je snapt het idee wel.

Een mogelijk onwenselijk bij-effect zou kunnen zijn dat er meer groente en fruit wordt weggegooid, maar het is het proberen waard. En er zijn nog veel meer van die slimmigheden die de marketinggenieën van grote producenten van minder gezonde producten gebruiken. Kijk bij ze af, steel hun tactieken en gebruik ze voor het goede doel: gezond eten.

Dit artikel verscheen eerder op foodforfood.info

maandag 16 februari 2015

Als je niet kunt delen, dan kan je ook niet vermenigvuldigen



Innoveren is niet zonder risico. Je weet niet of het zuur verdiende geld dat je erin investeert zich uiteindelijk terugbetaalt en het zou maar zo kunnen mislukken. De kans op mislukking is zelfs flink veel groter dan dat je innovatie een succes is. En toch is het noodzakelijk om te innoveren, om te vernieuwen en zo de concurrentie voor te blijven.

Maar deze wijsheid lijkt niet voor iedere schakel in de keten op te gaan. Supermarktketen Jumbo heeft zojuist voor de tweede keer een wedstrijd uitgeschreven onder de naam Huismerk Lab. Daarin nodigt Jumbo leveranciers uit om nieuwe producten te ontwikkelen. De beste vijf producten zullen vervolgens onder het Jumbo huismerk verkocht worden in de vestigingen van de retailer.

Ik vind het eigenlijk een beetje gênant. Een grote retailer als Jumbo, waar gezien de hele keten niet de minste marges gemaakt worden, die middels een wedstrijd vraagt aan leveranciers om hun innovaties in te dienen, zodat deze met een jumbologo erop verkocht kunnen worden.

Zou het niet eens tijd worden dat ook retailers gaan investeren in innovatie en zo ook wat risico mee gaan dragen? Aangezien ze toch al bepalen wat er wel en niet in de schappen komt, zou een beetje commitment van hen ook helemaal niet slecht zijn voor de slagingskans van de innovaties. Het is immers veel makkelijker om een innovatief product eruit te gooien wanneer je er zelf niet in hebt geïnvesteerd.


Dit is dus een oproep naar retailers en naar hun leveranciers. Als je niet kunt delen, dan kan je ook niet vermenigvuldigen. Door gezamenlijk te investeren in innovaties zal de aansluiting tussen vraag en aanbod verbeteren, waardoor er meer innovatieve producten de schappen zullen bereiken, wat uiteindelijk resulteert in meer nieuwe en onderscheidende producten voor de consument. Wanneer beginnen we?

Dit artikel verscheen eerder in het vakblad voedingsindustrie

donderdag 20 november 2014

Waarom innoveren loont..

Innoveren staat niet boven aan de lijstjes bij veel Nederlandse bedrijven. Uit een recent onderzoek door het Erasmus Centre for Entrepreneurship blijkt dat 40 procent van de Nederlandse bedrijven een onvoldoende krijgt voor hun mate van ondernemerschap. Het Nederlandse bedrijfsleven scoort volgens het onderzoek ongekend laag op de bereidheid om risico’s te nemen, de bereidheid uitdagende projecten aan te gaan en op het proactief handelen van medewerkers.'

Nu is innoveren ook niet eenvoudig. Vaak stranden productinnovaties al tijdens het ontwikkelproces, ver voordat het schap is bereikt. En als het dan zover is ligt driekwart van de producten er binnen een jaar al weer uit, aldus een recente studie van onderzoeksbureau Nielsen. Daarnaast weten veel producenten niet waar ze moeten beginnen, en zijn ze tevens bang dat de voorsprong die ze met innoveren opbouwen maar moeilijk behouden kan worden. Dit bij elkaar maakt het voor een groot deel van de Nederlandse ondernemers te spannend om echt te gaan vernieuwen.
Hoe weet je of je de investeringen die nodig zijn voor innovaties ook echt gaan renderen? Op deze vraag is het antwoord simpel: je weet het niet. Iedere succesvolle innovatie heeft een ambitieuze ondernemer aan de basis die het lef heeft gehad om het anders te doen dan de rest, en het vervolgens (weliswaar goed doordacht) gewoon is gaan doen.
Een innovatie is goed doordacht wanneer in ieder geval de volgende vier zaken in acht zijn genomen, stellen ook de onderzoekers van Nielsen. Het product moet onderscheidend zijn en ontwikkelaars moeten weten waarom consumenten bepaalde producten wel of niet kopen. Daarnaast is creatieve marketing nodig, terwijl het eveneens belangrijk is dat elke werknemer in het concern achter het artikel staat. “Het ontbreken van één van deze vier componenten, en het maakt niet uit hoe goed de andere drie zijn, beperkt direct aanzienlijk de kans op succes”, aldus de onderzoekers.
Uit de Erasmus Ondernemerschapsindex 2014 blijkt dat ondernemende organisaties tot 75 procent meer groei realiseren in het aantal nieuwe producten en diensten die worden ontwikkeld. Daarnaast stijgt de productiviteit binnen deze organisaties met 34 procent. Dus ook al is het moeilijk, innoveren loont. Want ondernemerschap blijkt een van de meest cruciale organisatiefactoren te zijn die de succesvolle bedrijven onderscheidt van de minder succesvolle.

Dit artikel verscheen eerder op foodforfood.info

vrijdag 31 oktober 2014

Pleidooi voor Food Design



Bij de ontwikkeling en het in de markt zetten van nieuwe producten heb je te maken met enerzijds de technologie, wetenschap en industrie (de ’harde kant’) en anderzijds food design en marketing (de ‘zachte kant’).  Als productontwikkelaar zit ik er vaak tussenin en merk ik dat de zachte kant minzaam wordt afgedaan als ‘crea bea’ of ‘die lui die een beetje kokkerellen’. Onterecht, vind ik. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en even belangrijk zijn voor het succes van een nieuw product.

In de keuken wordt het fundament gelegd voor een nieuw te ontwikkelen product. Hier versmelten natuur (de ingrediënten), wetenschap (de chemische reactie tussen die ingrediënten) en cultuur (smaak, behoeftes en traditie) tot een product  dat we kunnen proeven, ruiken, zien en voelen. Als de fundering zwak is, is de kans klein dat dit leidt tot een succesvol product.

Een goed en lekker product verkoopt zich zelden vanzelf. Al in een heel vroeg stadium moet de uiteindelijke gebruiker (de doelgroep) geïdentificeerd worden. Wat zijn zijn behoeftes en drijfveren?  Sluiten de ingrediënten, smaak en vorm daar op aan? Zonder deze aansluiting kan het product best innovatief zijn, maar zal het moeilijk te vermarkten blijken. En zul je er dus niet de vruchten van plukken.

De stap die na de keuken volgt, is belangrijk. Eén product ontwerpen en maken is heel wat anders dan het op grote schaal industrieel bereiden. Nu komt de ‘harde kant’ om de hoek kijken. De producten moeten aan andere eisen voldoen: langer  houdbaar en stabiel zijn. Vaak zijn er  andere, meer industrieel toepasbare ingrediënten vereist. En dat allemaal tegen een prijs die de gebruiker er uiteindelijk voor wil betalen.


De zachte en de harde kant: je kunt het ene aspect niet als superieur zien ten opzicht van de ander.  De enige manier om te komen tot een succesvol product is álle aspecten van  productontwikkeling te erkennen én te respecteren.  En dat niet alleen: zonder een goede wisselwerking en samenwerking tussen technologie en design, tussen hard en zacht,  is de kans op een succesvolle realisatie van een nieuw product erg klein.

Dit stuk verscheen eerder in een column van het vakblad Voedingsindustrie

woensdag 29 oktober 2014

De weg van idee naar realisatie



Een idee is lucht. Je kunt erover dromen, erover fantaseren, erover vertellen, maar daar blijft het dan ook bij. Daarbij is geen enkel idee uniek. Ergens op de aardbol heeft minstens één iemand hetzelfde probleem of dezelfde behoefte geidentificeerd en had eenzelfde idee als jij. Demotiverend? Helemaal niet! De werkelijke uitdaging zit 'm namelijk niet in het idee bedenken, maar in de realisatie die daar op volgt.

De eerste te nemen stap om je idee te realiseren is om het concreet te maken. Wat is het nou eigenlijk, en wat dus niet? Afkaderen en aanscherpen dus, totdat je iets hebt wat je in één adem kunt uitleggen. De tweede stap is om je idee behalve in woorden ook uit te kunnen drukken in meerdere zintuigen. Visualiseer! Teken het en verzamel beelden die de sfeer weergeven. In geval van iets eetbaars; ga de keuken in! Je moet het ruiken, proeven, zien en voelen om het te begrijpen. Dan pas wordt het tastbaar. Dan pas spreken we niet meer van een idee, maar van een concept.

Nu heb je nog een lange weg te gaan. Ik houd meestal aan dat je op maximaal 5% van je realisatie zit, en dus nog 95% te gaan heb,t voordat jouw idee te implementeren is in de markt. Het concept moet getoetst worden. Is het technisch, economisch en juridisch haalbaar? Ga experimenteren, optimaliseren, doorrekenen, zo vaak als nodig is. Hierna is je idee klaar om op te schalen naar een commercieël interessante schaalgrootte.

Nu volgen er proefproducties, risico-analyses, HACCP studies, nog meer proefproducties, kostprijsberekeningen, houdbaarheidstudies en stabiliteitsoptimalisaties. Je kunt je zo voorstellen dat de weg van idee naar realisatie een lange is, met veel valkuilen op de route. Ik weet van deze valkuilen, omdat ik zelf al heel wat mensen ben tegengekomen die deze weg bewandeld hebben.


Je kunt je nu indenken waarom het idee dat jij bedacht nog helemaal niet bestaat… Degene die het eerder heeft bedacht, heeft óf de weg niet durven te bewandelen, óf is er niet in geslaagd de valkuilen te omzeilen. Jouw eigen kunnen, jouw inzicht en durf zijn naast een professionele aanpak de belangrijkste ingrediënten voor een succesvolle realisatie.

Dit stuk verscheen eerder in een column van het vakblad Voedingsindustrie

woensdag 10 september 2014

Een kip en het ei verhaal






















Zonder technologie kan een toepassing niet bestaan; maar zonder een interessante toepassing is een technologie maar een stuk glanzend metaal. Het is juist het snijvlak van de toepassing en de technologie waar innovatie ontstaat. Een grijs gebied.

Het is een typische ‘kip-en-het-ei verhaal’. Waar begin je? Technologieontwikkelaars missen vaak het inzicht en de creativiteit om onderscheidende en commercieel haalbare toepassingen te bedenken, productontwikkelaars ontbreekt het dikwijls aan kennis en inzicht in de mogelijkheden van een nieuwe technologie. Deze disconnectie zorgt ervoor dat nieuwe toepassingen niet of vertraagd ontwikkeld worden, en daardoor tevens het succes van de technologie.

Maar er is nog een derde heel belangrijke factor in het innovatieproces: de ondernemer. En dan vooral de combinatie van durf en goed ondernemerschap. Dat is hetgeen vaak mist, waardoor een innovatie niet succesvol geimplementeerd wordt. Het resultaat is een markt met veel van hetzelfde. Kopiëren in plaats van innoveren. Veel veiliger en makkelijker. Lef of creativiteit is niet nodig (de techniek heeft zich immers al bewezen).

Gelukkig zijn er nog pioniers. Ondernemende ondernemers, die anders durven denken en hun strategie durven om te gooien. Een sprong in het diepe durven te maken. Ontzettend eng, maar met een flinke portie lef, inzicht en creativiteit op het gebied van technologie en de mogelijke toepassingen, is vrijwel alles mogelijk.


Een mooi voorbeeld is Perfotec, een innovatieve technologieleverancier die in de afgelopen paar jaar de groente- en fruitindustrie met haar ‘respiration control’ technologie wereldwijd de spelregels heeft veranderd; met versere producten en minder derving als gevolg. Ook hierbij geldt: de toepassing verkoopt de technologie, en vice versa.

Dit stuk verscheen eerder in een column van het vakblad Voedingsindustrie